Contact

 

Ons adres:
Pasteurplein 7
2522 RB Den Haag

Route

Nieuwsbrief

 

Inschrijven

Telefoonnummer
070-3908908
Na sluitingstijd
0900-2226333

Spoed

               

 

 

Vaccineren

Kittens worden meestal op de leeftijd van 9 en 12 weken gevaccineerd, maar afhankelijk van een aantal factoren kunnen de vaccinaties ook naar een eerder of later moment worden verplaatst. De eerste vaccinatie geeft door een onvoldoende ontwikkeld afweersysteem en de nog eventuele aanwezige antistoffen van de moeder geen sterke en langdurige bescherming. Bovendien geeft een enkele vaccinatie tegen niesziekte in alle gevallen een onvolledige bescherming. Daarom moet de eerste vaccinatie na 3 weken herhaald worden.

Een vaccin bestaat uit een oplossing waarin zich een ziekteverwekker (een bacterie of virus) bevindt die ervoor zorgt dat de kat stoffen gaat produceren tegen deze ziekteverwekker. Deze stoffen worden antistoffen genoemd. Naast de aanmaak van antistoffen worden ook specifieke cellen in het bloed geactiveerd die voor de afweer van belang zijn. Als de kat hierna in contact komt met de echte ziekteverwekker, dan zijn er al antistoffen aanwezig die direct de strijd hiermee aangaan en worden ook heel snel nieuwe antistoffen aangemaakt. Dit wordt een afweerreactie genoemd. De bacterie of de virus in het vaccin is ofwel doodgemaakt of dusdanig verzwakt dat er wel een afweerreactie wordt opgewekt. Maar zonder dat de kat zelf ziek wordt.

Welke vaccinaties worden er gegeven? Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier kunnen we de kat vaccineren tegen kattenziekte, niesziekte, Rabiës (alleen als de kat meegaat naar het buitenland) en Bordetella (bacteriële infectie, wordt gegeven aan katten met hoog risico (bijvoorbeeld bij het samenleven met een groot aantal andere katten/honden, of wanneer de kat naar het pension moet).

Vaccinatie tegen kattenziekte geeft een goede en langdurige bescherming. Als de moederpoes goed is gevaccineerd en de kittens meteen na de geboorte voldoende moedermelk drinken, krijgen de kittens een uitstekende bescherming van de moeder mee. De moeder moet daarvoor vóór het dekken gevaccineerd worden (vaccineren tijdens de dracht met levende vaccins wordt ernstig ontraden). De kittens worden twee keer gevaccineerd, waarbij de tweede vaccinatie plaatsvindt nadat ze 12 weken oud zijn. De tijd tussen twee vaccinaties mag maximaal vier weken zijn. De volgende vaccinatie wordt gegeven als de kat een jaar oud is. Daarna wordt de vaccinatie tegen kattenziekte om het jaar aanbevolen. Kattenziekte is een ernstige, zeer besmettelijke virusziekte. De belangrijkste verschijnselen zijn een verminderde afweer (het beenmerg speelt een belangrijke rol bij de aanmaak van witte bloedcellen) en afwijkingen van het maagdarmkanaal. De ernst hiervan hangt af van de leeftijd van het dier: een jonger dier krijgt vaak ernstigere verschijnselen. Ook de weerstand tegen kattenziekte op het moment van besmetting is belangrijk. Het meest opvallend zijn de verschijnselen van het maagdarmkanaal: ernstige buikpijn, braken, diarree en uitdroging. Uiteraard hebben dieren koorts en maken ze een zieke indruk. Door de verminderde weerstand kunnen andere infecties (bijvoorbeeld van de luchtwegen) het ziektebeeld verergeren. Kattenziektevirus kan jarenlang in de omgeving van de katten besmettelijk blijven en is alleen met bepaalde ontsmettingsmiddelen te doden.

Ook tegen niesziekte wordt gevaccineerd. Deze vaccinatie geeft geen 100% bescherming. Dit komt door de vele besmettelijke en niet-besmettelijke factoren die bij niesziekte een rol spelen. Toch zijn vaccinaties van groot belang om de kans op niesziekte zo klein mogelijk te maken. Als uw kat toch ziek wordt, zijn de verschijnselen minder ernstig.

Er gaan op internet veel verhalen rond over het ‘overvaccineren’ van huisdieren en de bijwerkingen die kunnen ontstaan door het vaccineren. Bijwerkingen zijn uiterst zeldzaam, gezien de duizenden doses die jaarlijks worden toegediend. De meest voorkomende bijwerkingen zijn lusteloosheid, gebrek aan eetlust en pijn/jeuk op de injectieplaats. Ernstigere bijwerkingen zijn braken, diarree, kreupelheid, koorts en symptomen van een luchtweginfectie of zwelling op de injectieplaats. Neem altijd contact op met de dierenarts al u vermoedt dat de klacht te maken heeft met de vaccinatie. Is de kans op bijwerkingen dan een reden om niet te vaccineren? Nee, want vaccineren is nog altijd een veilige ingreep, die op effectieve wijze de uitbraak van ernstige ziekten in de kattenpopulatie drastisch heeft verminderd. Vaccinaties zijn van belang om deze ziekten te blijven voorkomen. Ook wordt er bij de Universiteit Utrecht doorlopend onderzoek gedaan naar de noodzakelijke frequentie van vaccineren (en met welke vaccins er gevaccineerd moet worden). Hier past de dierenarts het schema op aan, zodat er niet wordt ‘overgevaccineerd’.

Via deze links twee korte filmpjes over kattenziekte en niesziekte.

Uw kat het hele jaar verzekerd van goede preventieve zorg tegen een aantrekkelijk tarief? Lees hier meer over het ZorgPlan!