Contact

 

Ons adres:
Pasteurplein 7
2522 RB Den Haag

Route

Nieuwsbrief

 

Inschrijven

Telefoonnummer
070-3908908
Na sluitingstijd
0900-2226333

Spoed

               

 

 

Castratie/Sterilisatie

Castratie

Om ongewenste nestjes te voorkomen is het castreren van de kater heel belangrijk. Bovendien heeft een ongecastreerde kater de neiging om zijn territorium af te bakenen. Zowel binnen als buiten gaat hij sproeien (territorium afbakenen met urine). De kater kan gecastreerd worden vanaf 6 maanden. Als de kater eerder gaat sproeien, dan moet u even contact opnemen om te overleggen.

Ook al is een castratie een routine-ingreep, de narcose nemen wij daarom niet minder serieus. Ook bij een castratie staat er gedurende de ingreep een assistente bij die de narcose kan monitoren. Castratie houdt in dat beide teelballen (testikels) onder algehele narcose chirurgisch worden verwijderd via kleine sneetjes in de balzak. Er wordt niet gehecht omdat het wondje heel klein is, en zo de ophoping van wondvocht wordt voorkomen.

Voorafgaand aan de operatie is het belangrijk dat uw kat nuchter is. Als u de afspraak voor de castratie maakt, dan krijgt u een bevestigende mail met uitgebreide uitleg.

Na de ingreep herstelt de kat meestal opvallend snel. U kunt de kat nog een paar dagen binnenhouden, als dat lukt.

Sterilisatie

Vroeger werd wel beweerd dat de poes minimaal één nestje moest krijgen voordat ze gesteriliseerd kon worden, maar dat is absoluut onnodig en geeft geen enkel voordeel. Beter is het om de poes te laten steriliseren voordat zij geslachtsrijp is (rond de zes maanden leeftijd). Een geslachtsrijpe poes zal regelmatig (in een cyclus van gemiddeld drie weken) krols worden en daarbij luidruchtig gaan miauwen. De krolsheid maakt de sterilisatie lastiger omdat de baarmoeder dan meer doorbloedt is dan wanneer de poes niet krols is.

De krolsheid kan onderdrukt worden met de poezenpil. Gezien de zeer heftige bijwerkingen van deze pil raden wij het sterk af om deze te geven. Het ontwikkelen van kwaadaardige melkkliertumoren, baarmoederontstekingen en suikerziekte zijn een aantal van de bijwerkingen waar de poes een zeer verhoogde kans op heeft bij inname van de poezenpil. Het is dus in het belang van de kat dat u deze pil niet te geven, en uw kat tijdig laat steriliseren.

Als u een afspraak maakt om uw kat te steriliseren, krijgt u van ons een e-mail met de bevestiging van de operatie en een vragenlijst. Als er geen bijzonderheden zijn, en de kat jonger is dan acht jaar, dan wordt er geen bloedonderzoek voorafgaand aan de operatie gedaan. De dierenarts zal de poes eerst kort onderzoeken als u haar brengt. Hierbij wordt vooral naar de hart en longen geluisterd. Een heel enkele keer wordt er een hartruis geconstateerd. In dat geval moet de operatie uitgesteld worden, want de dierenarts wil dan eerst weten waar deze ruis door wordt veroorzaakt en of de narcose moet worden aangepast. U krijgt dan een verwijzing naar een echospecialist. Als de poes gezond is nemen we haar op, ze krijgt dan meteen een injectie pijnstilling, zodat dit middel de tijd heeft om in te werken en  ze zal na het ochtendspreekuur voorbereid worden voor de operatie.

De assistente zorgt ervoor dat de operatiekamer klaar is. Ze legt een warmtemat op de operatietafel en legt alle steriele spulletjes klaar. Ze zet de apparatuur aan om de narcose te kunnen monitoren. Daarna geeft de dierenarts de narcose-injectie. Zodra de poes goed onder narcose is, zal de assistente de ogen zalven (om uitdroging te voorkomen, de poes zal de ogen open houden gedurende de narcose) en een tube inbrengen. Tijdens de sterilisatie, waarbij de eierstokken chirurgisch worden afgebonden en verwijderd, zal de assistente de narcose blijven monitoren en waar nodig bijsturen. Na de operatie krijgt de poes een ‘tegennarcose’ door middel van een injectie. Hierdoor zal ze vrij snel weer bijkomen en als ze wakker genoeg is, mag u haar weer ophalen. De hersteltijd voor een sterilisatie is een dag of tien. Het is een buikoperatie, daarom krijgt u voldoende pijnstilling mee om de poes zo prettig mogelijk te laten herstellen. De dierenarts hecht onderhuids, waardoor een kraag gelukkig niet nodig is. Na tien dagen kijkt de dierenarts of er nog hechtmateriaal aanwezig is. In principe is dit oplosbaar, maar na tien dagen niet meer nodig dus de restjes worden dan verwijderd. Er kan altijd een lichte reactie ontstaan op het hechtmateriaal. Dit is normaal. Een kleine zwelling, niet rood of pussig, is een normale reactie. Bij twijfel moet u uiteraard altijd contact opnemen!

Stichting Kattenzorg (externe link)heeft in het voor- en najaar acties waarbij u in aanmerking kunt komen voor een korting op de sterilisatie, castratie, of het plaatsen van een chip. U kunt op de site zien wanneer deze acties plaatsvinden en hoe u in aanmerking kunt komen voor een korting.