Contact

 

Our adress:
Pasteurplein 7
2522 RB Den Haag

Route

News Letter

 

sign in

Phone number
070-3908908
After closing hour
0900-2226333

Emergency

               

 

 

Ziekten en aandoeningen

Nieraandoeningen

Nieraandoeningen komen relatief vaak voor bij katten. Hoewel ook jonge dieren last kunnen hebben van hun nieren, komen nierproblemen vooral voor bij oudere dieren. De aandoening verloopt meestal chronisch (is langdurig aanwezig) en progressief (de nieren gaan steeds minder goed werken). Volledig herstel is dan niet meer mogelijk. Wel kunnen de problemen lange tijd onder controle gehouden worden met behulp van een goede behandeling door de dierenarts. Één van de belangrijkste maatregelen hierbij is het geven van een speciale dieetvoeding.

De nieren hebben een aantal belangrijke functies in het lichaam. Ze zorgen voor het filteren en afvoeren van de afvalstoffen die in het lichaam ontstaan bij de stofwisseling. Ook spelen ze een grote rol bij de waterhuishouding van het lichaam: ze houden het bloedvolume en de bloeddruk op peil en regelen hoeveel vocht er dagelijks, in de vorm van urine, wordt uitgescheiden. Daarnaast produceren de nieren een aantal hormonen en regelen ze (samen met vitamine D en de mineralen calcium en fosfor) de botopbouw en –afbraak.

De nieren hebben een grote reservecapaciteit. Belangrijk is om te weten dat uw huisdier pas verschijnselen gaat vertonen, als 2/3 van de nierfunctie onherstelbaar verloren is. De klachten worden vooral veroorzaakt doordat de falende nieren de afvalstoffen (voornamelijk afkomstig van voedingseiwitten) niet meer goed uit het bloed kunnen filteren, waardoor deze zich ophopen in het bloed.

De meest voorkomende verschijnselen bij nierfalen zijn:

  • slechte eetlust
  • gewichtsverlies
  • meer drinken dan normaal
  • meer plassen
  • braken en/of diarree
  • slechte adem
  • minder actief
  • uitdroging

Als de dierenarts uw dier verdenkt van nierfalen dan kan via een bloedonderzoek de nierfunctie gecontroleerd worden door de hoeveelheid afvalstoffen (met name ureum en creatinine) in het bloed te meten. Deze zijn verhoogd als de nieren niet meer goed werken. Ook urineonderzoek is nuttig. Beide onderzoeken kunnen bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier in de praktijk gedaan worden: na een minuut of 15 heeft de dierenarts de uitslag. Een nieraandoening kan beter behandeld worden als deze in een vroeg stadium wordt ontdekt. Daarom is het aan te raden om bij oudere dieren een geriatrisch consult te doen, waarbij onder andere de nierfunctie wordt getest. Genezing van een nieraandoening is meestal niet mogelijk, maar de juiste dieetvoeding kan de nierfunctie wel ondersteunen, de klachten helpen verminderen en de voortgang van de ziekte vertragen. Daarnaast zijn er ook medicijnen die de nierfunctie ondersteunen en de klachten verminderen.

De belangrijkste eigenschappen van een nierdieet:

  • minder fosfor: een dieet met een laag fosforgehalte helpt de voortgang van de nieraandoening vertragen. Minder goed werkende nieren zijn niet in staat om fosfor in voldoende mate uit het bloed te verwijderen. Hierdoor ontstaat een verhoogd fosforgehalte in het bloed, wat leidt tot nog verder verlies van de nierfunctie.
  • Minder eiwit: een dieet met een verlaagd eiwitgehalte helpt de klachten te verminderen. De klachten ontstaan door de ophoping van afvalstoffen in het lichaam ten gevolge van de verminderde nierfunctie. Deze afvalstoffen ontstaan bij de stofwisseling van eiwitten. Het is belangrijk dat de eiwitten in de voeding van goede kwaliteit zijn, zodat ze zoveel mogelijk door het lichaam worden opgenomen en gebruikt. Hierdoor blijft de hoeveelheid afvalstoffen zo klein mogelijk.
  • Meer energie en extra smakelijk: katten met een nieraandoening hebben vaak een slechte eetlust. Gewichtsverlies kan een extra belasting voor de nieren zijn. Daarom is het belangrijk dat nierpatiënten voldoende eten om op (hetzelfde) gewicht te blijven. De ideale dieetvoeding moet veel energie bevatten en extra smakelijk zijn, zodat zelfs dieren met een verminderde eetlust het graag eten. Daarnaast hebben dieren met een nieraandoening meestal problemen met de mond en het gebit. De ophoping van afvalstoffen in het lichaam kan leiden tot ontsteking van het tandvlees en het mondslijmvlies, met als gevolg pijn bij het kauwen. Het is bij droogvoeding dus belangrijk dat de brokken gemakkelijk te kauwen zijn. 

Voeding speelt een belangrijke rol bij de behandeling van een nieraandoening. Daarom zal de dierenarts uw kat meestal een speciale dieetvoeding voorschrijven. Royal Canin Renal Diet heeft een laag fosforgehalte, beperking van het fosforgehalte helpt de voortgang van de nieraandoening te vertragen. De voeding is verrijkt met flavanolen, die twee belangrijke effecten hebben: zij vertragen celveroudering en verbeteren de doorbloeding van de nieren. Ook is de voeding verrijkt met omega-3-vetzuren (EPA/DHA) die een ontstekingsremmende werking hebben en helpen de afname van de filterfunctie van de nieren te beperken. De ophoping van afvalstoffen in het lichaam kan leiden tot letsels in het maag-darmkanaal. De combinatie van zeoliet en Fructo-Oligo-Sacchariden (FOS) helpt het risico van bijkomende maagdarmproblemen te verminderen.

Het geriatrisch consult is bedoeld om aandoeningen als nierfalen in een zo’n vroeg mogelijk stadium te herkennen en diagnosticeren. Hoe eerder nierfalen wordt ontdekt, hoe eerder het huisdier op dieetvoeding en eventueel medicatie gezet kan worden om verdere achteruitgang te voorkomen.

Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier zijn wij ervan overtuigd dat voeding een zeer belangrijke rol speelt bij het gezond houden van uw dier. Voeding kan zowel een preventieve werking hebben op de gezondheid als een stabiliserende werking bij reeds ontstane aandoeningen. Omdat medicinale voeding van Royal Canin zeer hoogwaardig voer is, hoeft u ook maar kleine porties te geven aan uw huisdier. Als u deze porties afmeet, zult u merken dat dit voer niet veel prijziger hoeft te zijn dan onderhoudsvoer. Daarnaast krijgt u bij de eerste aankoop een spaarkaart, waarmee u spaart voor een gratis zak voer. En, belangrijkste misschien wel: u investeert in de gezondheid van uw dier!

(De kat op de foto heeft heterochromia irides. Dit klinkt als een enge aandoening maar is heel onschuldig en betekent dat ze 2 verschillende kleuren ogen heeft.
Dit kleurverschil in de verschillende lagen van het regenboogvlies van de ogen komt door een fout in de pigmentkleuring. Dit verschijnsel zien we vaak bij dieren met een witte of overwegend witte vachtkleur en is veelal erfelijk. Gelukkig heeft ze er dus helemaal geen last van en maakt dit van haar gewoon een bijzondere dame!
)

Leveraandoeningen

Leveraandoeningen komen relatief vaak voor bij katten. De afgelopen jaren is er grote vooruitgang geboekt in het achterhalen van de oorzaken van leveraandoeningen en het verbeteren van de behandeling ervan.

De lever is het belangrijkste stofwisselingsorgaan in het lichaam en heeft volgens de huidige opvatting op z’n minst 1500 (!) verschillende functies. De lever speelt een centrale rol in de stofwisseling van zowel eiwitten, vetten en koolhydraten, als van een aantal vitaminen en mineralen. Een belangrijke taak van de lever is het verwijderen van allerlei schadelijke en giftige stoffen, zoals ammoniak, uit het bloed. Ammoniak komt vrij bij de vertering van eiwitten uit de voeding. Ammoniak kan ook door het lichaam worden geproduceerd als het dier niet alle benodigde voedingsstoffen uit z’n voeding kan halen en daarom zijn eigen lichaamsweefsels moet afbreken om in zijn voedingsbehoefte te voorzien. Bovendien vormt de lever een belangrijk onderdeel van het afweersysteem.

Als de lever niet meer goed functioneert, vindt er onder meer onvoldoende ontgifting van schadelijke stoffen plaats. Bij een ernstige leveraandoening kunnen deze stoffen (met name ammoniak) via het bloed in de hersenen terechtkomen. Dit kan neurologische verschijnselen (verschijnselen van het zenuwstelsel) veroorzaken. Deze stoornis wordt hepatische encefalopathie genoemd. Hierbij optredende verschijnselen zijn onder andere toevallen, trillen, overmatig speekselen en vreemd gedrag, zoals lange tijd met de kop tegen de muur slaan.

Er bestaat een duidelijk verschil in het soort leveraandoening bij de hond en kat. Bij de hond zijn leverontsteking (hepatitis) en circulatieproblemen (shunts) veel voorkomende leveraandoeningen. Bij de kat zie je vaker leververvetting (hepatisch lipidose) en ontsteking van de galgang (cholestase).

De meest voorkomende verschijnselen bij leverproblemen zijn:

  • slechte eetlust
  • gewichtsverlies
  • veel drinken
  • meer plassen
  • braken en/of diarree
  • opgezette buik
  • geelzucht
  • zenuwverschijnselen
  • sloomheid
  • misselijkheid

De dierenarts kan via een bloedonderzoek de leverfunctie controleren. Verder kan met behulp van een röntgenfoto of echo de toestand van de lever worden beoordeeld. Eventueel kan er een biopt van de lever genomen worden. Afhankelijk van de oorzaak van de leverproblemen zal de dierenarts medicijnen voorschrijven. Daarnaast is een specifieke dieetvoeding vaak een heel belangrijk onderdeel van de behandeling van leveraandoeningen. Omdat de lever de helft van de totale bloedvoorziening aangeboden krijgt via de bloedvaten van het darmkanaal, kan aanpassing van de voeding een groot effect hebben op de hoeveelheid schadelijke stoffen waaraan de levercellen worden blootgesteld.

De voeding die u uw huisdier geeft, moet voldoende energie en voedingsstoffen bevatten om aan de behoefte van het dier te voldoen. Ook moet de dieetvoeding zorgen voor herstel van de beschadigde levercellen, moet het de productie van schadelijke stoffen verminderen en de opname van deze stoffen in de darm beperken. Een dieetvoeding voor patiënten met een leveraandoening moet aan de volgende eigenschappen voldoen:

  • beperking van schadelijke stoffen in het lichaam: om de productie van ammoniak te beperken moet het eiwitgehalte in de dieetvoeding zorgvuldig zijn aangepast aan de speciale behoeften van het dier. Als het eiwitgehalte te hoog is, zal het lichaam teveel ammoniak produceren. Is het eiwitgehalte te laag, dan zal het dier zijn eigen lichaamseiwitten gaan afbreken, waarbij er ook ammoniak vrijkomt. De eiwitten in de dieetvoeding dienen van een goede kwaliteit te zijn (hoogwaardige eiwitten). Hoogwaardige eiwitten worden namelijk al in de dunne darm verteerd en opgenomen voordat ze de dikke darm bereiken. Bij de vertering van eiwitten wordt door de bacteriën in de dikke darm ammoniak geproduceerd. Dankzij hoogwaardige eiwitten in de voeding kan dus de ammoniakproductie worden beperkt. Verder kan de productie van ammoniak door de bacteriën in de dikke darm worden geremd door specifieke voedingsvezels. Daarnaast spelen voedingsvezels een rol bij de verwijdering van ammoniak en andere schadelijke stoffen via de ontlasting. Tenslotte dient de voeding een verhoogd zinkgehalte te bevatten. Zink is namelijk betrokken bij de ontgifting van ammoniak.
  • Verhoogd aanbod van energie: dieren met leverproblemen hebben vaak een slechte eetlust en hebben daarom voeding nodig met een hoog energiegehalte. Energie uit de voeding wordt via eiwitten, koolhydraten, vetten geleverd. Om de vorming van ammoniak te beperken is het eiwitgehalte in de voeding beperkt. Omdat vetten veel energie leveren is het vetgehalte in de voeding juist verhoogd. Toevoeging van L-carnitine zorgt er daarnaast voor dat de vetverbranding zo efficiënt mogelijk verloopt.
  • Beperking van koperstapeling in de lever: bij een aantal aandoeningen kan koper in de lever stapelen en de functie van de lever ernstig verstoren. Daarom is het belangrijk dat de dieetvoeding een laag kopergehalte bevat. Bovendien dient de voeding een verhoogd zinkgehalte te bevatten omdat de zink de koperstapeling in de lever beperkt en dus verdere beschadiging van de levercellen helpt voorkomen.
  • Aanpassen van vitaminen- en mineralengehalten: dieetvoeding voor leverpatiënten moet extra hoeveelheden van de wateroplosbare vitaminen (B-complex en C) bevatten om de gestoorde aanmaak, verhoogde behoefte en toegenomen verliezen te compenseren.  De natrium(zout)opname moet worden beperkt om een verhoogde bloeddruk in de lever te helpen bestrijden. Daarnaast kan bij leveraandoeningen een vochtophoping in de buik (ascites) optreden. Dankzij beperking van het natriumgehalte wordt het risico van ascites verminderd.
  • Goede acceptatie: wanneer katten leverproblemen hebben, is er vaak sprake van een verminderde eetlust. Daarom is een zeer goede smakelijkheid van de voeding van belang.
  • Bescherming tegen schadelijke effecten van vrije radicalen: vrije radicalen ontstaan in verhoogde mate bij ziekte en stress, dus ook bij leveraandoeningen. Natuurlijke antioxidanten in de voeding beschermen het lichaam tegen de schadelijke effecten van vrije radicalen.

Het geriatrisch consult is bedoeld om gezondheidsproblemen als leveraandoeningen in een zo’n vroeg mogelijk stadium te herkennen en diagnosticeren. Hoe eerder een leveraandoening wordt ontdekt, hoe eerder het huisdier op dieetvoeding en eventueel medicatie gezet kan worden om verdere achteruitgang te voorkomen.

Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier zijn wij ervan overtuigd dat voeding een zeer belangrijke rol speelt bij het gezond houden van uw dier. Voeding kan zowel een preventieve werking hebben als een stabiliserende werking bij al ontstane aandoeningen. Omdat medicinale voeding van Royal Canin zeer hoogwaardig voer is, hoeft u ook maar kleine porties te geven aan uw huisdier. Als u deze porties afmeet, zult u merken dat dit voer niet veel prijziger hoeft te zijn dan onderhoudsvoer. Daarnaast krijgt u bij de eerste aankoop een spaarkaart, waarmee u spaart voor een gratis zak voer. En, belangrijkste misschien wel: u investeert in de gezondheid van uw dier!

Diabetes Mellitus

Diabetes mellitus wordt ook wel suikerziekte genoemd. Suikerziekte komt regelmatig voor bij katten, meestal bij oudere katten. In de meeste gevallen is suikerziekte goed te behandelen met insuline en een aangepaste voeding. Het succes van de behandeling hangt voor een groot deel af van de inzet en nauwkeurigheid van de eigenaar.

Suikerziekte is een aandoening waarbij er problemen zijn met het reguleren van het glucosegehalte in het bloed (bloedsuiker). Glucose is een suiker en fungeert als energiebron voor het lichaam. Het is onder andere afkomstig uit koolhydraten in de voeding. Koolhydraten is een verzamelnaam voor diverse suikers. Koolhydraten uit de voeding worden in de darm afgebroken tot glucose. Vervolgens wordt glucose opgenomen in het bloed. Via de bloedbaan wordt glucose verder naar de lichaamscellen vervoerd. Glucose heeft hulp van insuline nodig om in de lichaamscellen te komen.

Insuline is een hormoon dat wordt gemaakt in de alvleesklier. Insuline werkt al een sleutel: het opent de deur van de lichaamscel, zodat glucose naar binnen kan gaan. Het beïnvloedt op deze manier dus het glucosegehalte van het bloed. Bij diabetes mellitus is er sprake van een tekort aan insuline of een verminderde werking van insuline. Het gevolg hiervan is dat de hoeveelheid glucose in het bloed te hoog wordt. Het teveel aan glucose komt via de nieren in de urine terecht en wordt uitgeplast.

Veel voorkomende verschijnselen bij katten met diabetes mellitus zijn:

  • veel drinken
  • meer en vaker plassen: ook het ‘plassen naast de kattenbak’
  • toename van de eetlust
  • slechte vachtconditie: kat wast zich niet
  • snel moe
  • gewichtsverlies ondanks goed eten

Als uw huisdier één of meerdere verschijnselen heeft en de dierenarts verwacht dat het diabetes zou kunnen zijn, dan zal zij de urine en het bloed willen nakijken om het glucosegehalte te meten. Beide testen kunnen gewoon op de praktijk gedaan worden, en u heeft meteen de uitslag. Als uw huisdier suikerziekte blijkt te hebben, dan maakt de dierenarts een behandelplan met u en zal zij u begeleiden tijdens het behandelen van de diabetes.

De mogelijke oorzaken van diabetes mellitus:

  • overgewicht en verminderde lichamelijke activiteit: bij de kat komt, net als bij de mens, diabetes type 2 voor. Bij deze vorm van diabetes mellitus ontstaat, als gevolg van overgewicht, een verminderde gevoeligheid van het lichaam voor insuline. Hierdoor moet het lichaam meer insuline maken om het bloedglucosegehalte binnen de normale normen te houden. Als de kat gewicht verliest kan het lichaam weer gevoeliger worden voor insuline
  • aanwezigheid van vrouwelijke geslachtshormonen: het vrouwelijke geslachtshormoon progesteron gaat de werking van insuline tegen
  • aandoeningen van de alvleesklier: insuline wordt geproduceerd door de alvleesklier. Als de alvleesklier onvoldoende functioneert kan ook de productie van insuline verminderen.
  • aandoeningen van de bijnier (ziekte van Cushing):bij deze aandoening worden de overmatige hoeveelheden bijnierschorshormonen in het lichaam geproduceerd. Hierdoor kan diabetes mellitus ontstaan..
  • bijwerking van bepaalde medicijnen, zoals prednisolon en dexamethason

De behandeling van suikerziekte

Suikerziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan insuline. Daarom moet dit tekort dagelijks, op vaste tijdstippen, worden aangevuld met een insuline-injectie. De eigenaar van de kat met suikerziekte zal dus moeten leren onderhuids te injecteren; dit lijkt heel eng maar het valt in de praktijk wel mee.Om het injecteren te vergemakkelijken is de VetPen ontwikkeld. Hiermee kan heel precies gedoseerd worden en het gebruiksgemak is groot. De dierenarts zal deze optie met u bespreken als er suikerziekte is gediagnosticeerd.

Omdat de hoeveelheid insuline is afgestemd op de hoeveelheid glucose die uw dier op een dag nodig heeft, is regelmaat in de voeding belangrijk. Het is van belang dat uw kat dagelijks eenzelfde hoeveelheid voedsel van een zo constant mogelijke samenstelling krijgt. Het is zeker zinvol om uw huisdier medicinaal voer te geven als er sprake is van suikerziekte. Bij katten met overgewicht is het zinvol om een dieetvoeding te geven met een beperkt energiegehalte. Naast een beperkt energiegehalte is het belangrijk dat de dieetvoeding een hoog eiwitgehalte bevat. Eiwitten leveren voor het lichaam minder energie dan vetten en koolhydraten. Daarnaast zorgen eiwitten ervoor dat bij gewichtsverlies voornamelijk het vet van het lichaam verdwijnt en de spiermassa behouden blijft. Verder zijn er een aantal specifieke ingrediënten die de opslag van vet in het lichaam kunnen beperken. De belangrijkste eigenschappen van dieetvoer toegespitst op diabetespatiënten zorgen voor een regulering van de bloedsuikerspiegel, bevatten een hoog eiwitgehalte, hebben een verlaagd zetmeelgehalte om de glucosepiek in het bloed na een maaltijd te controleren en het voer bevat antioxidanten, die het lichaam beschermen tegen de schadelijke effecten van vrije radicalen.

Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier zijn wij ervan overtuigd dat voeding een zeer belangrijke rol speelt bij het gezond houden van uw dier. Voeding kan zowel een preventieve werking hebben als een stabiliserende werking bij al ontstane aandoeningen. Omdat medicinale voeding van Royal Canin zeer hoogwaardig voer is, hoeft u ook maar kleine porties te geven aan uw huisdier. Als u deze porties afmeet, zult u merken dat dit voer niet veel prijziger hoeft te zijn dan onderhoudsvoer. Daarnaast krijgt u bij de eerste aankoop een spaarkaart, waarmee u spaart voor een gratis zak voer. En, belangrijkste misschien wel: u investeert in de gezondheid van uw dier!

Aandoeningen aan de urinewegen

Bij katten komen regelmatig aandoeningen van de lagere urinewegen voor. Dit zijn aandoeningen van de urineleiders, de blaas of de urinebuis. Een belangrijke oorzaak van urinewegproblemen is de vorming van blaasstenen. Het ontstaan van blaasstenen begint met de vorming van kristallen in de urine. Kristallen vormen zich als er voldoende kristalvormende bestanddelen in de urine aanwezig zijn. Deze kristalvormende bestanddelen verschillen per steen en bestaan uit mineralen die later de steen zullen vormen. De kristallen kunnen zich vasthechten aan organisch materiaal in de urine, zodat er structuren ontstaan die op den duur kunnen uitgroeien tot stenen. De meest voorkomende blaassteen bij katten (en ook bij honden trouwens) is de struvietsteen. Struviet is opgebouwd uit de mineralen magnesium, ammonium en fosfaat. Een andere veelvoorkomende blaassteen is de calciumoxalaatsteen.

De volgende factoren kunnen de vorming van blaasstenen beïnvloeden:

  • Zuurgraad (pH) van de urine
  • Mineralensamentelling van de urine; een laag magnesiumgehalte in de voeding helpt de vorming van struvietstenen te voorkomen.
  • Urineweginfectie (blaasontsteking): bacteriën die een infectie veroorzaken, verhogen de pH van de urine en dus de kans op struvietvorming (dit komt met name bij de hond voor)
  • Vochtopname: als uw kat weinig drinkt, zal de urine geconcentreerder zijn en zullen zich gemakkelijker stenen vormen.
  • Frequentie van het plassen: de urine blijft langer in de blaas als een kat zijn plas lang moet ophouden. De kans op steenvorming is dan groter.
  • Lichaamsgewicht en beweging: bij de kat is bekend dat katten die weinig actief zijn, vaker last hebben van urinewegproblemen dan katten die veel lichaamsbeweging hebben. Ook komt blaasgruis vaker voor bij katten met overgewicht dan bij katten die een normaal lichaamsgewicht hebben.
  • Stofwisselingsstoornissen: Als er door de nieren veel ammoniak wordt uitgescheiden (bijvoorbeeld bij leveraandoeningen), kunnen uraatstenen worden gevormd.

Blaasstenen kunnen verschillende soorten klachten veroorzaken, afhankelijk van de grootte, plaats en vorm van de steen. Zo kunnen scherpe stenen het slijmvlies van de blaas beschadigen, met blaasontsteking tot gevolg. Ook kunnen stenen de afvoer van urine uit de blaas via de urinebuis blokkeren.

De meest voorkomende verschijnselen bij blaasstenen zijn:

  • bloed in de urine
  • vaak plassen en kleine beetjes plassen
  • pijn en soms persen bij het plassen (niet te verwarren met persen op de ontlasting)

Wanneer een kleine steen vastloopt in de urinebuis, kan de afvoer van urine worden geblokkeerd. Uw kat kan niet meer plassen en de blaas raakt overvol. Omdat de urine niet afgevoerd wordt, kunnen de nieren de afvalstoffen niet langer uit het lichaam verwijderen en ontstaat er een ophoping van deze stoffen in het lichaam. Dit veroorzaakt lusteloosheid, verlies van eetlust, braken en algehele malaise.

Een verstopping van de urinebuis is een levensbedreigende situatie, waarbij een onmiddelijke behandeling door de dierenarts van het allergrootste belang is (SPOEDGEVAL). Neem bij twijfel altijd contact op met de dierenarts, want hoe eerder uw kat behandeld wordt, des te groter is de kans op volledig herstel.

Omdat de behandeling niet voor elk type blaassteen hetzelfde is, is het belangrijk te weten welke blaassteen de klachten veroorzaakt. De dierenarts kan hiervoor urineonderzoek doen, een röntgenfoto maken en eventueel de blaasstenen voor analyse opsturen naar een laboratorium.

Sommige stenen, zoals struviet, kunnen worden opgelost met speciale dieetvoeding. Andere stenen, zoals calciumoxalaat, zal uw dierenarts operatief moeten verwijderen. De verdere behandeling wordt afgestemd op het type blaassteen dat gevonden wordt. Deze behandeling is er speciaal op gericht te voorkomen dat de stenen opnieuw worden gevormd en bestaat meestal uit een combinatie van een speciale dieetvoeding en medicijnen.

Indien er sprake is van een verstopping van de plasbuis zal de dierenarts de steen eerst via een catheter proberen te verwijderen of, indien dit niet mogelijk is, via een operatie. Daarbij zal meestal een ondersteunende behandeling met vocht (infuus), medicijnen en een speciale dieetvoeding noodzakelijk zijn.

De voeding kan de vorming van blaasstenen op verschillende manier beïnvloeden:

  • Urine-pH: via de samenstelling van de voeding kan de pH van de urine verhoogd of verlaagd worden
  • Mineralen: een lage opname van de kristalvormende mineralen via de voeding kan de kans op steenvorming verlagen. Daarom zijn in speciale dieetvoedingen de gehaltes aan bepaalde mineralen aangepast.
  • Vochtopname: het is belangrijk dat de wateropname van uw kat te stimuleren, zodat hij meer urine kan produceren. Bij droogvoeding kan de vochtopname worden bevorderd dankzij een lichte verhoging van het natriumgehalte. Indien uw kat ‘natvoer’ krijgt, wordt automatisch meer vocht met de voeding opgenomen.

Royal Canin heeft een methode ontwikkeld die het mogelijk maakt om de S/O index van een voeding te bepalen. De S/O index is gebaseerd op de zuurgraad (pH) van de urine, het urinevolume en de concentratie van de verschillende componenten in de urine die stenen kunnen vormen. Dankzij de lage S/O index kan Urinary Diet struvietstenen oplossen en zowel struviet- als calciumoxalaatstenen voorkomen.

Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier zijn wij ervan overtuigd dat voeding een zeer belangrijke rol speelt bij het gezond houden van uw dier. Voeding kan zowel een preventieve werking hebben als een stabiliserende werking bij al ontstane aandoeningen. Omdat medicinale voeding van Royal Canin zeer hoogwaardig voer is, hoeft u ook maar kleine porties te geven aan uw huisdier. Als u deze porties afmeet, zult u merken dat dit voer niet veel prijziger hoeft te zijn dan onderhoudsvoer. Daarnaast krijgt u bij de eerste aankoop een spaarkaart, waarmee u spaart voor een gratis zak voer. En, belangrijkste misschien wel: u investeert in de gezondheid van uw dier!

Geriatrisch consult

Als uw kat ouder wordt, dan zult u merken dat er meer gezondheidsproblemen ontstaan. Katten zijn hele sterke huisdieren, en het kan zo zijn dat u pas laat opmerkt dat er iets aan de hand is. Daarom is het geriatrisch consult een goed moment om de gezondheid van uw oudere kat eens even goed te onderzoeken. De dierenarts voert dan een geriatrisch bloedonderzoek uit (leverwaarden, nierwaarden, is er sprake van suikerziekte etc), onderzoekt de urine, kijkt of de ogen nog voldoende traanvocht bevatten en de dierenarts meet de bloeddruk. Het is een veel uitgebreider onderzoek dan bij de jaarlijkse controle, maar u kunt dit onderzoek wel combineren met de vaccinatie. U krijgt dan een combinatiekorting.

Via deze link een kort filmpje over oudere huisdieren.

Voedselintolerantie

Voedselovergevoeligheid kan zowel huidklachten als problemen van het maag-darmkanaal veroorzaken. De aandoening is zelden levensbedreigend, maar uw huisdier kan er wel veel last van hebben. Als u er de tijd voor wilt nemen om uit te vinden wat precies de oorzaak is en vervolgens de juiste voeding geeft, kan uw huisdier nog jarenlang van een gezond leven genieten.

Voedselovergevoeligheid ontstaat wanneer een hond of kat overgevoelig is voor een bepaald bestanddeel in de voeding. Het bestanddeel in de voeding waar het dier overgevoelig op reageert, wordt het allergeen genoemd. Het lichaam kan op twee manieren overgevoelig op voeding reageren:

* Voedselallergie: het lichaam vertoont een overgevoeligheidsreactie waarbij het immuunsysteem wordt geactiveerd. Hierbij kan histamine vrijkomen dat de verschijnselen van een allergie veroorzaakt.

* Voedselintolerantie: het lichaam vertoont verschijnselen van een overgevoeligheid zonder dat het immuunsysteem erbij wordt betrokken. De intolerantie voor lactose (melksuiker) is hier een voorbeeld van. Dieren met dit probleem hebben moeite met het verteren van lactose, omdat zij niet genoeg van het voor de vertering benodigde enzym lactase produceren. Onverteerde lactose in het spijsverteringskanaal kan diarree veroorzaken.

Overgevoeligheidsreacties kunnen binnen enkele minuten optreden, maar ook pas na enkele uren of dagen. Het allergeen in de voeding hoeft geen nieuw ingrediënt te zijn.

Overgevoeligheidsreacties kunnen binnen enkele minuten optreden, maar ook pas na enkele uren of dagen. Het allergeen in de voeding hoeft geen nieuw ingrediënt te zijn. Het is meestal iets dat de kat al vaker heeft gegeten en waar hij plotseling overgevoelig op reageert. Wanneer een overgevoeligheid voor een bepaald bestanddeel van de voeding eenmaal is opgetreden, zal het dier hier waarschijnlijk zijn leven lang overgevoelig voor blijven. Voedingsmiddelen die dat specifieke bestanddeel bevatten, zullen dan ook voor altijd vermeden moeten worden.

Elk ingrediënt dat uw huisdier weleens eerder heeft gegeten, kan in principe een voedselovergevoeligheid veroorzaken. Meestal treedt de allergie echter op voor een bepaald eiwit in de voeding, zoals rundvlees, eieren, lamsvlees of tarwegluten. Het feit dat een dier overgevoelig reageert, zegt overigens niks over de kwaliteit van de voeding. Het dier kan een bepaald bestanddeel van de bewuste voeding gewoon niet goed verdragen. Voor andere dieren levert dezelfde voeding geen enkel probleem op.

Een overgevoeligheid voor voeding kan zich uiten door huidklachten of klachten van het maag-darmkanaal. De huidklachten en de maag-darmproblemen kunnen ook tegelijk optreden. De klachten zijn niet specifiek en kunnen dus ook optreden bij andere (ernstige) aandoeningen. Vraag daarom altijd advies aan de dierenarts!

Huidklachten kunnen zijn: jeuk, huidontsteking, regelmatig terugkerende oorontsteking

Maag-darmproblemen kunnen zijn: diarree, braken, winderigheid en buikpijn

Zowel huidaandoeningen als maag-darmproblemen kunnen vele oorzaken hebben en maar een klein deel van dit soort klachten wordt veroorzaakt door een voedselovergevoeligheid. Vlooienallergie is bijvoorbeeld een veel voorkomende oorzaak van allergische huidaandoeningen. Daarom is het heel belangrijk om een voedselovergevoeligheid te kunnen onderscheiden van andere aandoeningen die vergelijkbare klachten veroorzaken. De dierenarts zal daarom eerst een hypoallergeen dieet (eliminatiedieet) adviseren om de diagnose te stellen. Als de verschijnselen ernstig zijn kan de dierenarts medicijnen voorschrijven, totdat de vicieuze cirkel van de overgevoeligheidsreactie is doorbroken.

Het eliminatiedieet

Het eliminatiedieet is een testdieet dat zelden een overgevoeligheidsreactie veroorzaakt. De diagnose voedselovergevoeligheid is gesteld als de klachten van uw huisdier verdwijnen met een eliminatiedieet. De testperiode duurt minimaal 6 weken. Indien er inderdaad sprake is van een voedselovergevoeligheid, zullen maag-darmklachten (diarree) meestal binnen een week verbeteren. Bij huidklachten (jeuk) kan het wel 6 tot 9 weken duren voordat verbetering optreedt.

Een eliminatiedieet op basis van één, niet eerder gegeten eiwitbron en één koolhydraatbron, is de meest betrouwbare methode om een voedselovergevoeligheid te diagnosticeren.

Een eliminatiedieet kunt u eventueel zelf voor uw huisdier bereiden (als u dat graag wilt, krijgt u van uw dierenarts een instructieblad mee) maar een praktischer en in de meeste gevallen een goed alternatief  voor een zelf te bereiden eliminatiedieet is ‘kant en klare’ hypoallergene dieetvoeding. Een dergelijke dieetvoeding bevat ook slechts één eiwitbron en één koolhydraatbron. De eiwitten van hypoallergene voeding kunnen daarnaast ook gehydrolyseerd zijn. Gehydrolyseerde eiwitten zijn zo klein gemaakt dat ze door het lichaam niet meer als allergeen te herkennen zijn en dus geen overgevoeligheidsreactie veroorzaken.

Als de klachten tijdens de testperiode verdwijnen, kan geprobeerd worden te achterhalen voor welke voedingsmiddelen uw huisdier overgevoelig is (provocatie). ‘Verdachte’ ingrediënten uit de oorspronkelijke voeding worden dan één voor één toegevoegd aan het dieet (één per week) waarna er gekeken wordt op welke bestanddeel het huisdier overgevoelig reageert. Dit ingrediënt moet vervolgens definitief uit het dieet worden verwijderd.

 ‘kant en klare’ hypoallergene voeding is een uitgebalanceerde voeding, die levenslang gegeven kan worden. Bij Dierenartsenpraktijk Laakkwartier krijgt u een spaarkaart waarmee u kunt sparen voor een gratis zak voer!